Odes aan de liefde

Door Rosanne Boermans

Geen onderwerp dat zo veel terugkomt in het werk van kunstenaars, schrijvers, dichters en filosofen als De Liefde. Dat maker en kijker zo in vervoering brengt, in welke vorm dan ook. De alles overrompelende, meeslepende liefde. De onbeantwoorde liefde. De uitgedoofde liefde. De onmogelijke liefde. De tragische liefde. De platonische liefde. De voorbestemde liefde. De gekmakende liefde.

Valentijnsdag is een uitgelezen kans om de kunstwereld van de liefde in te duiken en te kijken hoe kunstenaars door de eeuwen heen liefde tussen twee mensen afbeeldden. Bij ieder kunstwerk vind je bovendien een passend liefdesadvies of -citaat van een contemporaine schrijver, dichter of filosoof.

Een reis door de tijd, langs verliefde en gebroken harten.

01.-King-Menkaura-(Mycerinus)-and-Queen.jpg

Koning Menkaoera en koningin Khmerernebty II (Egypte, 2490-72 v.Chr.). Museum of Fine Arts, Boston.

Veel hartverwarmende kunst vinden we niet in het oude Egypte; de statische, stilistische figuren raken elkaar vrijwel nooit aan. Dit beeld van 2490-2472 v.Chr. vormt daarop een uitzondering. Koning Menkaoera en zijn echtgenote Khamerernebty II waren als powerkoppel hun tijd ver vooruit. Wat hun band wellicht ook versterkte was dat zij niet alleen geliefden waren, maar ook broer en zus…

Hoewel in de oudheid incest eerder regel dan uitzondering was voor goden, gold dat uiteraard niet voor ons stervelingen. Het bekendste verhaal met tragische afloop is Sofokles’ Oedipus Rex. Oedipus benam – zonder enige benul – zijn eigen vader het leven en trouwde zijn moeder. Zodra hij dat te weten kwam, stak hij uit wanhoop en schaamte zijn ogen uit. De les die we hieruit kunnen trekken komt van het slotkoor:

[…] Zie, dit is Oedipus, […]
iemand naar wiens geluk geen burger zonder afgunst opkeek.
Wat een vloed van gruwelijke rampen heeft hem overspoeld!
Daarom moet men als sterveling bedacht zijn op de aanblik
van die laatste dag en nooit iemand gelukkig noemen voordat
hij de eindstreep van het leven gepasseerd is zonder pijn.
(Vert. Gerard Koolschijn, Sofokles – Oidipous, Athenaeum 2008).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We blijven nog even in de oudheid, want als we één symbool voor de liefde moeten kiezen, dan is dat natuurlijk de godin van de liefde: Aphrodite bij de Grieken of Venus bij de Romeinen. Haar hulpje Eros of Cupido heeft het met zijn betoverende liefdespijlen tot de hedendaagse populaire cultuur weten te schoppen, maar de godin van de liefde zelf inspireerde pas écht eeuwen aan kunstenaars. En niet ten onrechte, volgens Sokrates in Plato’s Symposium. Want niet louter een menselijk lichaam moeten wij liefhebben, maar de liefde zelf:

Beginnend bij voor de hand liggende schoonheden moet hij ter wille van die hoogste schoonheid altijd omhoogklimmen; […] van persoonlijke schoonheid gaat hij verder […] tot die specifieke studie die zich bezighoudt met de schoonheid zelf en die alleen; zodat hij uiteindelijk de essentie van schoonheid leert kennen.
(Eigen vertaling, Plat. Sym. 211c-d).

Inderdaad, de platonische liefde. Een niet-lichamelijk liefdesideaal waar de christelijke middeleeuwse medemens zich uiteraard ook in kon vinden. Maar naast de liefde voor God, zorgde een mooie jonkvrouw ook voor een sneller kloppend ridderhart. Deze hoofse liefde inspireerde dichters en kunstenaars, maar bleef platonisch; de jonkvrouw was vaak al bezet.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dit pareltje uit de vijftiende eeuw is daar een mooi voorbeeld van. Deze kist was waarschijnlijk bedoeld als huwelijksgeschenk, om de beoogde echtgenote in verleiding te brengen met romantische liefdesscènes. Zo vinden we op de zijkant een afbeelding van de smoorverliefde Tristan en Isolde; een wens van de gever dat zij maar net zo verliefd mochten worden? Op de bovenkant staat het Kasteel der Liefde, bevolkt door jonkvrouwen en belaagd door ridders – die het kasteel uiteindelijk overnemen. Verblind door liefde wellicht, zoals Hendrik van Veldeke in zijn Minneliederen:

Al te hoge gérende minne
brachte mich al uut den sinne.
doe ich here ougen ende mont
sach so wale staen ende here kinne
doe wart mich dat herte binnen
van so soeter dompheit wont
dat mich wiisheit ware onkont.
des bin ich wale worden inne
bit scaden sint te maneger stont.
Het verlangen haar te beminnen
Voerde mij buitenzinnen.
Toen ik haar ogen en mond
Zag, zo fraai gevormd, en haar kin
Toen stroomde mijn hart in
Zo’n zoete domheid, terstond,
Dat ik mijzelf niet wijs meer vond.
Nu ben ik wel weer bij zinnen
Hoewel ’t schaamrood me op de kaken stond.

(Eigen moderne vertaling van Hendrik van Veldeke, Minnelied I. Het is goede nouwe mare rr.19-27 (1170)).

Rembrandt_Harmensz._van_Rijn_-_Portret_van_een_paar_als_oudtestamentische_figuren,_genaamd_'Het_Joodse_bruidje'_-_Google_Art_Project.jpg

Rembrandt van Rijn, Het Joodse bruidje (1665-69). Rijksmuseum, Amsterdam.

Dit openlijk nastreven van de liefde in de middeleeuwen staat in schril contrast met werken uit de barok. Die zijn juist vaak intiem en verstild, zoals Rembrandts Joodse bruidje hierboven. We zien hoe de man zijn vrouw met een verterende omhelzing vasthoudt, en zij in antwoord daarop zijn hand lichtjes streelt. Hoewel hun verliefde blikken elkaar niet kruisen, zien we wel degelijk Communicatie van onzichtbare liefde door de ogen:

Si mis párpados, Lisi, labios fueran,
besos fueran los rayos visuales
de mis ojos, que al sol miran caudales
águilas, y besaran más que vieran.
Als mijn oogleden, Lisi, lippen waren,
Dan waren kussen de zienende stralen
van mijn ogen, die naar de zon kijken
als adelaars, en meer kusten dan ze zagen.

(Eigen vertaling van Francisco de Quevedo, Comunicación de amor invisible por los ojos rr.1-4 (1648)).

De romantische liefde met bijbehorende emoties van verlangen, kwelling en gelukzaligheid wordt natuurlijk bij uitstek gevierd ten tijde van… de romantiek. De Poolse componist Frédéric Chopin geldt als boegbeeld van de romantische muziek, met zijn melodieuze pianocomposities. Sommige van zijn Nocturnes die je hierboven kunt beluisteren zijn met hun kabbelende klanken perfect om bij weg te dromen, om te fantaseren over je (beoogde) geliefde. Maar Chopin schreef ook diepemotionele muziek, zoals de dramatische Nocturne in C-mineur, Op. 48, No. 1 (va. 1:03:14). Muziek om in te zwelgen, zoals Goethes jonge Werther doet als hij zijn afscheidsbrief schrijft aan de onbereikbare Lotte:

Mijn besluit is genomen, Lotte, ik wil sterven, en ik schrijf je dat zonder romantische geëxalteerdheid, in alle kalmte, op de ochtend van de dag dat ik je voor het laatst zal zien. Als je dit leest, lieve beste, dekt het koele graf reeds het verstarde overschot van de rusteloze, de ongelukkige, die voor het laatste ogenblikken van zijn leven geen groter zoetheid zou weten dan met jou te praten. […] Toen ik me gisteren uit je bijzijn losrukte, in die vreselijke spanning en dat gevoel van verzet maar mijn hart bijna van barstte, en mijn uitzichtloos, vreugdeloos bestaan naast jou me met een gruwelijke kilte naar de keel steeg – […] en tenslotte was daar die laatste en enige gedachte: ik wil sterven! […] O mijn beste! In dit verscheurde hart is vaak de bezeten gedachte binnengeslopen – je man te vermoorden – jou – mijzelf! – Laat het mij dan zijn!
(Vert. Thérèse Cornips: Johan Wolfgang Goethe, Het leiden van de jonge Werther, Athenaeum 2009, pp. 140-41).

 

1280px-Gustave_Courbet_-_Le_Sommeil_(1866),_Paris,_Petit_Palais.jpg

Gustave Courbet, Le sommeil (1866). Petit Palais, Parijs.

 

In tegenstelling tot de zoete romantiek zochten realistische schilders juist de naakte werkelijkheid op – in De slaap hierboven zelfs letterlijk. Op lesbische liefde heerste in de negentiende eeuw zeker nog een taboe; niet voor niets dat het schilderij pas in 1988 voor het eerst tentoongesteld werd. Alles in dit werk wijst er namelijk op dat de twee voldane dames hierboven zojuist het liefdesspel hebben bedreven: het gebroken parelsnoer, de doorwoelde lakens, de verstrengelde benen… Ongetwijfeld geïnspireerd op Beaudelaires Verdoemde vrouwen (Delphine en Hippolyte):

Femmes Damnées (Delphine et Hippolyte)

À la pâle clarté des lampes languissantes,
Sur de profonds coussins tout imprégnés d’odeur
Hippolyte rêvait aux caresses puissantes
Qui levaient le rideau de sa jeune candeur.
[…]
Étendue à ses pieds, calme et pleine de joie,
Delphine la couvait avec des yeux ardents,
Comme un animal fort qui surveille une proie,
Après l’avoir d’abord marquée avec les dents.

Beauté forte à genoux devant la beauté frêle,
Superbe, elle humait voluptueusement
Le vin de son triomphe, et s’allongeait vers elle,
Comme pour recueillir un doux remerciement.

Verdoemde vrouwen (Delphine et Hippolyte) 

In het bleke licht van lome lampen,
Op diepe kussens doordrenkt van geur
Droomde Hippolyte van krachtige strelingen
Die het doek van haar jonge naïviteit liftten.
[…]
Gestrekt aan haar voeten, kalm en vol vreugde,
Hield Delphine haar warm met vurige ogen,
Als een sterk dier dat op een prooi let,
Na het eerst met de tanden gemarkeerd te hebben. 

Sterke schoonheid voor een tere schoonheid geknield,
Geweldig, ze inhaleerde wulps en rank
De wijn van haar triomf, en strekte zich naar haar uit,
Als om te oogsten een zoete dank.

(Eigen vertaling van Charles Beaudelaire, Femmes Damnées (Delphine et Hippolyte) (1857)).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Impressionisten schilderden meer landschappen dan liefdesscènes, maar hierboven zien we een combinatie van beide in Van Goghs Tuin der geliefden (1887). Zelf was hij niet al te gelukkig in de liefde, met drie afgewezen huwelijksaanzoeken. Dit werk maakte hij dan ook op een moment hij wél nog hoop had op een beantwoorde liefde, toen de Italiaanse Agostina Segatori zijn hart sneller deed kloppen. En liefde zoals Herman Gorter in Zie ik hou van je (1890) beschrijft:

Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht —
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent. 

O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen —
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Helaas wees ook Segatori onze gekwelde Vincent af.

 

107_de_kus.jpg

Constantin Brâncusi, Le baiser (1908). Muzeul de Arta in Craiova, Roemenië.

 

Bij expressionisten mogen de gevoelens er weer vanaf knallen, en dat gebeurt ook zeker bij De kus (1908) van Constantin Brâncuși. Ondanks dat het beeld gehouwen is uit hard, ongepolijst steen, straalt het toch een zachtheid uit. Net als Paul van Ostaijen, een expressionistisch dichter; deze gebruikt veel witregels en andere, soms harde, visuele middelen, zoals bij het welbekende Boem paukeslag (1921). In Verlangen (1935) wordt de lezer meegenomen in het op hol geslagen hoofd van iemand die met zijn geliefde in bed ligt:

osta002gedi02ill0068.gif

 

Deze selectie kan natuurlijk eindeloos aangevuld worden met kunstwerken, gedichten en filosofische verhandelingen. Wellicht hebben bovenstaande hartverwarmende werken je al genoeg geïnspireerd voor een romantische avond vanavond…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s